Praten met kinderen over Parkinson

Praten met kinderen over de ziekte van

Als u of uw (eventuele) partner de diagnose Parkinson krijgt, dan heeft dit impact op het hele gezin. Want het dagelijkse gezinsleven kan hierdoor langzaam veranderen. Denk bijvoorbeeld aan de rollen, taken en verantwoordelijkheden van alle gezinsleden. Zo ook de gewoonten en tradities binnen uw gezin. Voor uw kinderen kan er dus ook het een en ander veranderen.

Daarom is het belangrijk om naar uw kinderen toe open en eerlijk te zijn over de ziekte – ook al kan dit heel confronterend zijn. Maar hoe vertel je dat op een prettige manier? Wij geven een aantal tips om u op weg te helpen.

1. Probeer zelf met uw kind over de ziekte te praten

U als ouder bent de aangewezen persoon om uw kind te vertellen wat er met u aan de hand is. Samen met de andere ouder kent u uw kind het beste en weet u wat werkt. Het kan helpen om het gesprek samen voor te bereiden zodat u grotendeels op een lijn zit. Vindt u of uw partner het lastig om zelf met uw kind hierover te praten? Bespreek dit dan met uw parkinsonverpleegkundige, neuroloog of huisarts. Zij kunnen met u meedenken wat voor u een goede aanpak is.

2. Ga in gesprek: hoe vroeger, hoe beter

De valkuil is om redenen te gaan verzinnen waarom u het niet zou moeten vertellen. Bijvoorbeeld; u bent van mening dat uw kind te jong is. Maar kinderen zijn op elke leeftijd vatbaar voor veranderingen. Het is daarom belangrijk om uw kind – ongeacht de leeftijd – hierop voor te bereiden. Probeer het gesprek met uw kind hierover te beginnen op het moment dat de mogelijkheid zich voordoet. Hoe vroeger u met uw kind over de ziekte van Parkinson praat, hoe makkelijker hij of zij dit zal accepteren.

3. Wees goed voorbereid op het gesprek

Praten over uw ziekte kan heel lastig en confronterend zijn. Zeker als u met uw kind hierover in gesprek gaat. Want u wilt uw kinderen beschermen en daarom kan het gebeuren dat u het gesprek steeds uitstelt. Een goede voorbereiding kan u helpen om makkelijker met uw kind het gesprek aan te gaan. Een aantal tips:

  • Wees duidelijk in uw taalgebruik en stem dit goed af op de leeftijd van uw kind.
  • Luister naar uw kind als het vragen stelt.
  • Geef eerlijke antwoorden en laat u niet verleiden tot onwaarheden.
  • Doe geen beloftes die u niet kunt waarmaken.
  • Accepteer dat u niet op alles een antwoord heeft.
  • Dwing uw kind niet om te praten.

4. Praat over de veranderingen in het gezin

Het is belangrijk om met uw kinderen te praten over wat er in het gezin gaat veranderen. Zo kunt u iedereen zo goed mogelijk voorbereiden op elke verandering. Als voorbeeld: u denkt erover om te stoppen met werken omdat u steeds meer last heeft van de ziekte. Wacht dan niet te lang om erover te praten, zodat uw kind ook voldoende tijd heeft om zich hierop voor te bereiden.

Tot slot: blijf ook met uw eventuele partner praten over de veranderingen in het ouderschap. Zo kunnen jullie elkaar nog beter begrijpen en steunen.

Heeft u de controle over uw ziekte?

Praat er over met uw huisarts of gespecialiseerd neuroloog. Of doe de Parkinson zelftest om meer inzicht te krijgen in uw persoonlijke situatie.

Ook interessant: