Parkinson en ouderschap

Ouderschap bij de ziekte van Parkinson

Wanneer bij je de ziekte van Parkinson is geconstateerd, kan het dagelijkse leven stukje bij beetje veranderen. Dat geldt ook voor het leven van de mensen om je heen: jouw (eventuele) partner, kinderen, familie en vrienden.

Voor jou als ouder met Parkinson zal de manier waarop je het ouderschap invult mogelijk veranderen. En dat brengt de nodige uitdagingen met zich mee. Zowel voor jou als jouw eventuele partner. Waar volwassen kinderen heel bewust bezig kunnen zijn met jouw ziekte en wat dat betekent voor de omgeving, kan dat voor onvolwassen kinderen anders zijn.

Onderstaande tips zijn vooral gericht op wat je kunt doen als je jonge kinderen hebt.

1. Wees open over joouw ziekte

Het is belangrijk om open en eerlijk te zijn over jouw ziekte. Het kan confronterend zijn om er met jouw kinderen over te praten, maar doen alsof er niets aan de hand is werkt juist averechts. Want kinderen voelen aan dat er iets niet in orde is. En ze kunnen dan onnodig de oorzaak daarvan bij zichzelf gaan zoeken.

2. Zorg voor een goede rol- en taakverdeling

De rol- en taakverdeling tussen jou en de andere ouder zullen na verloop van tijd veranderen. Het is wel belangrijk dat je waar mogelijk betrokken blijft bij de opvoeding en het ouderschap. Zorg ervoor dat je samen op één lijn zit, dat jouw kinderen zich veilig voelen, dat jullie goed voor elkaar zorgen en dat je daarbij jezelf niet uit het oog verliest.

3. Houd het gedrag van uw kinderen in de gaten

Leven met een zieke ouder hoeft niet per se een negatieve impact op het gedrag van uw kind te hebben. Soms kan de onderlinge band hierdoor juist sterker worden. Maar het kan ook gebeuren dat uw kind zich anders gedraagt en ontwikkelt. Hij of zij wordt bijvoorbeeld steeds stiller, trekt zich vaker terug, is sneller geïrriteerd of emotioneel en trekt steeds minder met vrienden op. Maak je je zorgen over het gedrag van je kind? Bespreek dit dan met jouw huisarts of specialist.

4. Geef de juiste aandacht aan ieder afzonderlijk kind

Ieder kind is anders. Het kan dan ook zijn dat jouw kind zich anders ontwikkelt dan een broer of zus. Daarom is het belangrijk om elk kind binnen jouw gezin afzonderlijk de juiste aandacht te geven. Door naar ieder kind te luisteren en begrip te tonen kan je problemen voorkomen of beperken.

5. Blijf met elkaar praten

De symptomen van de ziekte van Parkinson nemen na verloop van tijd toe. Met als gevolg dat de rollen, taken en verantwoordelijkheden binnen jouw gezin verschuiven. Het is daarom belangrijk om met elkaar te blijven praten over de veranderingen. Zo kan je duidelijk krijgen hoe alle gezinsleden dit ervaren, hoe het met iedereen gaat en wat ieders wensen en behoeften zijn.

6. Vraag om de nodige steun uit jouw omgeving

Steun vanuit de directe omgeving is erg belangrijk. Durf daarom als ouder om hulp te vragen als je zelf even niet meer voor jouw kind kunt zorgen. Denk bijvoorbeeld aan ondersteuning in de opvoeding, de opvang en bij het uitvoeren van huishoudelijke taken.

Ook jouw kinderen hebben veel baat bij steun uit hun omgeving. Kinderen willen niet altijd over de thuissituatie praten of het met hun ouders er over hebben. Maar praten met iemand uit de omgeving kan soms erg opluchten. Dit kan bijvoorbeeld een familielid, vriend of vriendin, leerkracht of trainer van de sportclub zijn.

Heb je behoefte aan extra steun en kan jouw omgeving daar niet bij helpen? Praat hierover met jouw huisarts of specialist.

Heb jij de controle over jouw ziekte?

Praat er over met jouw huisarts of gespecialiseerd neuroloog. Of doe de Parkinson zelftest om meer inzicht te krijgen in jouw persoonlijke situatie.

Ook interessant: