Behandelingen van de ziekte van Parkinson

Bij de ziekte van Parkinson speelt een groepje speciale cellen in de hersenen een belangrijke rol. Deze cellen liggen in een gebied, dat de Substantia Nigra wordt genoemd. Deze cellen maken de stof dopamine aan. Bij de ziekte van Parkinson verdwijnen deze cellen langzaam waardoor er een tekort aan dopamine ontstaat.

Dopamine is een stof dat signalen doorgeeft aan andere hersencellen. Zo’n signaalstof wordt ook wel een neurotransmitter genoemd. Er zijn in de hersenen en het lichaam heel veel neurotransmitters. Dopamine heeft een belangrijke rol. Het stofje is nodig om bewegingen soepel en gecoördineerd te laten verlopen. Het heeft ook een effect op slaap en stemming en kan zelfs andere taken beïnvloeden zoals de werking van de maag en darmen.

Als er meer cellen in de Substantia Nigra verdwijnen zal de hoeveelheid dopamine in de hersenen afnemen. Daarnaast kunnen de hersenen steeds minder goed de hoeveelheid dopamine die op een moment beschikbaar is regelen. Hierdoor onstaat er een tekort aan dopamine in de hersenen.

Verschijnselen verminderen
Helaas is het nog niet gelukt een medicijn te vinden dat het afsterven van de Substantia Nigra cellen tegenhoudt of vertraagt. Wat medicijnen wel kunnen doen is de verschijnselen verminderen die het gevolg zijn van het tekort aan dopamine.

Er zijn verschillende medicijnen voor Parkinson. Het is moeilijk te voorspellen welke combinatie van medicijnen het beste voor u werkt. Bovendien zal uw behoefte aan medicatie ook veranderen in de loop van de tijd omdat de ziekte langzaam voortschrijdt. De medicijnen die heel goed helpen in de beginfase van de ziekte kunnen na een aantal jaren opeens niet meer voldoende zijn of juist extra bijwerkingen geven. Zo blijkt dat mensen van bepaalde medicijnen steeds hogere doseringen nodig hebben in de loop van de tijd. Ook wordt u steeds gevoeliger voor schommelingen in de hoeveelheid medicijnen die in het bloed zit. Dit kan dan bijwerkingen opleveren zoals bijvoorbeeld dyskinesie (overbeweeglijkheid).

Zorg voor inzicht met een dagboekje

Uw neuroloog heeft een groot arsenaal aan verschillende medicijnen tot zijn beschikking waarmee hij/zij de behandeling voor u op maat kan maken. Het is hiervoor wel belangrijk dat u een duidelijk beeld geeft van hoe het met u gaat. De neuroloog moet ook weten hoe de klachten samenhangen met uw dagritme, uw maaltijden en de tijden dat u uw medicatie inneemt (slikmomenten).

Het kan soms helpen om een dagboekje bij te houden zodat u samen goed kunt kijken welk verband er is tussen medicatie en klachten. U en uw naasten zijn de enigen die dit goed kunnen vertellen, want de neuroloog ziet u natuurlijk maar even tijdens uw afspraak en weet niet hoe uw dag er uitziet en hoe u zich voelt. Deze informatie helpt om uw medicatie zo goed mogelijk in te stellen. Er zijn verschillende dagboekjes beschikbaar. Dit is een voorbeeld van een dagboekje dat u zou kunnen gebruiken.

Een groot gedeelte van de beschikbare behandelingen voor de ziekte van Parkinson bestaat uit capsules en tabletten.

Er zijn ook behandelingen beschikbaar die op een andere wijze gegeven worden: via een pomp of elektrode. Deze behandelingen worden geavanceerde behandelingen genoemd en worden vooral in een later stadium gestart.

Heeft u de controle over uw ziekte?

Praat er over met uw huisarts of gespecialiseerd neuroloog. Of doe de Parkinson zelftest om meer inzicht te krijgen in uw persoonlijke situatie.

Ook interessant: