Substantia nigra en de ziekte van Parkinson
De substantia nigra is een klein maar belangrijk onderdeel van de hersenen. Bij de ziekte van Parkinson speelt deze structuur een grote rol. Hier lees je wat de substantia nigra precies is, welke functie ze heeft en waarom veranderingen in dit gebied leiden tot parkinsonklachten.
Wat is de substantia nigra?
De naam substantia nigra betekent letterlijk "zwarte stof" in het Latijn. Dit gebied ligt in de hersenen en maakt deel uit van de basale ganglia, een groep hersenkernen die bewegingen en gedrag aansturen. In ongekleurd hersenweefsel valt de substantia nigra op als een donkere streep.
Wat zijn de basale ganglia?
De basale ganglia zijn hersengebieden die bewegingen aansturen. Ze zorgen ervoor dat we soepel kunnen lopen, schrijven, praten en bewegen. Daarnaast zijn ze betrokken bij houding, oogbewegingen, emoties en zelfs gewoontevorming.
De substantia nigra reguleert deze gebieden en helpt om bewegingen goed te coördineren.
De rol van de substantia nigra bij bewegen
De substantia nigra speelt een belangrijke rol bij het voorbereiden en soepel uitvoeren van bewegingen. Zonder voldoende dopamine uit deze hersenkern worden bewegingen trager, kleiner en minder vloeiend. Denk aan alledaagse handelingen zoals het pakken van een kop koffie of opstaan uit een stoel.
Naast beweging beïnvloedt dopamine uit de substantia nigra ook emoties, leerprocessen en motivatie.
Wat gebeurt er bij parkinson?
Vanaf ongeveer 45-jarige leeftijd verliest iedereen langzaam wat zenuwcellen in de substantia nigra. Normaal gesproken merk je daar niets van. Maar bij parkinson gaan deze cellen sneller verloren. Wanneer ongeveer 20 tot 30 procent van de zenuwcellen verdwenen is, ontstaan de eerste symptomen zoals:
- Tremor (trillen of beven)
- Traagheid (bradykinesie)
- Stijfheid
- Evenwichtsproblemen
De snelheid en ernst van deze symptomen verschillen per persoon.
Een goed moment om vooruit te kijken is nu
De substantia nigra laat zien hoe sterk onze hersenen verbonden zijn met beweging, gedrag en gevoel. Verandert er iets in je klachten of hoe je je voelt? Bespreek dat dan met je arts. De gesprekshulp helpt je om alles op een rij te zetten, zodat je goed voorbereid het gesprek in gaat.